Preventieve en regelmatige tandverzorging bij het paard.

Paarden lijden in stilte...

Vele mensen staan nog steeds zeer sceptisch tegenover regelmatige tandkontrole bij het paard. Men hoort niet zelden uitspraken zoals “ Dat is weer wat van deze tijd. Vroeger deed men dat toch ook niet.”

Nochtans kan in de mond van het paard iets fout zijn dat invloed heeft op de conditie en het gedrag. Het paard wordt dan, door onwetenheid, met 18 jaar als versleten of onhandelbaar bestempeld. Geheel ten onrechte. Nochtans is de oplossing eenvoudig.

Iedereen weet hoe pijnlijk een ontstoken kies kan zijn, en welke invloed die pijn op het ganse lichaam kan hebben. Hetzelfde geldt uiteraard voor het paard. Een slecht gebit kan gedragsveranderingen tot gevolg hebben, zowel in de omgang als bij de training en zelfs leiden tot vermagering en ziektes.

Het probeem: wij als mensen, kunnen de arts indicaties mededelen over de aard en plaats van de pijn. Paarden kunnen dit niet, .. die lijden in stilte. Enkel degene die zijn of haar paard zeer goed kent en het dagelijks observeert, is in de mogelijkheid om te zien dat er iets scheelt. Het is zeker zo belangrijk, de dingen te vermijden die tandproblemen kunnen veroorzaken. Doch, daarvoor moet men als paardenbezitter ook een inzicht hebben in de anatomie van het paardengebit en weten welke faktoren aanleiding kunnen geven tot tandproblemen en hoe deze problemen zich tonen.

Behoeften en Anatomie

De ideale toestand.

Paarden zijn steppedieren. In de vrije natuur zijn ze bijna de hele dag bezig met eten van vezelrijk voedsel. Hierbij slijten de tanden, die steeds blijven verder groeien, op natuurlijke wijze af.
Als we nu naar de anatomie van het paardengebit kijken, dan zien we dat de bovenkaak iets breder is dan de onderkaak. De kiezen staan niet loodrecht op elkaar, maar in een hoek van ongeveer 10 tot 15 °, en slechts 70 % van de kauwvlakken van bovenste en onderste kiezen raken elkaar met de kaak in rusttoestand. Door de malende beweging van de kaak wordt tussen de kiezen het voedsel fijngemalen. (Beeld 1) De draagvlakken van de snijtanden passen goed op elkaar en dienen voor het grazen.

Evolutie en de daarbij verbonden problemen.

Probleem 1: Letsels aan de wangslijmhuid, scherpe emailpunten.

De leefomstandigheden zijn zeer verschillend van de ideale situatie die hoger geschetst is. De paarden van vandaag - vooral de sportpaarden - zijn naar onze wensen gedomesticeerd en staan meer in de stal dan dat ze zich vrij op de weiden en velden kunnen begeven.

Hierdoor brengen ze in vergelijking met hun voorgangers nog slechts 3 uur door met het kauwen van voedsel, waarbij nog slechts een deel uit hooi bestaat. Korrels, muesli & granen nemen minder plaats in in de stal en zijn eenvoudiger toe te dienen, maar het natuurlijk afslijtingsproces van de tanden is geringer door de zachtere samenstelling van dit soort voeding. Dit in tegenstelling met het vezelrijke gras. Het gevolg hiervan is dat de steeds groeiende tanden van het paard niet meer natuurlijk en ideaal afslijten.

Daarbij komt dat de harde laag die op de kiezen zit (email genoemd) ook minder wordt afgesleten. Hierdoor vormen zich scherpe kanten en punten die konstant de slijmhuid van de wangen irriteren. Regelmatig leidt dit dan ook tot ontstekingen en open, soms etterige wonden. De daaruit voortvloeiende pijn kan zich uiten door een dier dat met de kop slaat bij het rijden, of zelfs onhandelbaar en onberijdbaar wordt. Verder zien we dikwijls gebrek aan eetlust en vermageren. Het paard wil niet meer eten of kan niet meer geconcentreerd trainen omdat de pijn in de mond nog zeer versterkt wordt door druk van het bit of het hoofdstel.

Probleem 2: Aangeboren afwijkingen, fouten bij het wisselen van tanden, afgebroken tanden

Een tweede probleem zijn de verschillende vormen van afwijkingen. Deze kunnen zowel aangeboren, als toevallig verkregen zijn. Aangeboren afwijkingen uiten zich dikwijls wanneer de pasvorm van de boven-en onderkaak tegenover elkaar niet optimaal is. Als bijvoorbeeld de bovenkaak een beetje te ver naar voor staat of de onderkaak iets te ver naar achter, dan kunnen er op de achterste kiezen zogenaamde „haken“ vormen. Deze worden na verloop van tijd messcherp, en zullen wangslijmhuid en tong verwonden. Dit is uiterst pijnlijk voor het paard.

Deze pijn vertaalt zich in onhandelbaarheid, schudden met het hoofd en slecht eten. Nog extremer is de situatie bij de zogenaamde boven- of onderbijters. In deze gevallen staan de snijtanden niet recht op elkaar, en daarom staan ook de kiezen ten opzichte van elkaar te ver naar voor of naar achter. Het natuurlijke afslijtingsproces is in dit geval dus veel geringer dan normaal, en door de constante groei van de tanden vervormt het gebit. Dit maakt dan dikwijls de voedselopname en het maalproces zeer moeilijk tot onmogelijk.

In de vrije natuur zouden dieren met deze afwijkingen minder overlevingskansen hebben, en zouden op die manier deze afwijkingen verdwijnen. Tegenwoordig worden zulke paarden toch dikwijls als fokdieren ingezet, en blijven deze erfelijke problemen bestaan.

Gelijkaardige verschijnselen ziet men ook bij afgebroken tanden, verloren tanden of doppen (deel van de kies dat bij het wisselen normaal wordt afgestoten). Er ontstaan gaten en spleten tussen de tanden (diastema’s genoemd) of een verkeerde stand van boven en onderkaak tegenover elkaar (vooral door niet afgevallen doppen) . En dit alles leidt weerom tot een niet optimaal functioneren van het natuurlijke maalproces. In de uitwerpselen van het paard vindt men dan nog volledige granen en onvoldoende gemalen ruwvoeder. De paarden eten vaak langzamer en vermageren.

Conclusie

Op die manier zijn er dus veel paarden die jaren met pijnlijke tandproblemen hebben geleefd (en nog steeds leven). Of die daardoor jammerlijk overleden zijn. Een jaarlijks kontrole door de tandarts werd als onnodige luxe aanzien. Daartegenover staat dat een 2 maandelijks bezoek door de hoefsmid als normaal beschouwd wordt.

Problemen aan hoeven en benen kan iedereen zo zien, maar de mond van een paard kan men zonder professionele apparatuur niet veilig inspecteren. Als men anderzijds onder ogen ziet wat voor gevolgen een slechte toestand van het gebit met zich mee kan brengen; dan ziet men al snel de noodzaak in van een regelmatig bezoek door een gespecialiseerd dierenarts.

Dikwijls voorkomende symptomen die op tandproblemen kunnen duiden

Algemeen:

Bij het rijden

Andere:

De oplossing: Regelmatige controle en gebitsverzorging

Dr Chris Hannes, van de dierenkliniek De Brem te Lille, is gespecialiseerd in paarden en tandheelkunde. Meerdere malen per dag hoort hij deze „oh zit dat zo ?“ commentaar wanneer hij met de eigenaar van het paard spreekt over de anatomie, de behoeftes en de noodzakelijke kontroles van het paardengebit. De eigenaars kunnen dan ook „live“ de probleemstelling zien en voelen. „ Aan de hand van vrij frappante voorbeelden kan ik op deze manier de paarden eigenaar de zwakke punten tonen en op de noodzaak van regelmatige kontrole van mondholte en gebit wijzen.”

Professioneel instrumentarium; De basis van een goede behandeling.

Volgens Dr. Chris Hannes is professioneel instrumentarium voor het onderzoek en de behandeling onontbeerlijk. Het zogenaamde „bolletje“ dat men vroeger gebruikte om de mond van het paard open te houden tijdens de behandeling, bracht het gevaar met zich mee. Het bolletje kan de kiezen beschadigen of splinters ervan afbreken doordat het maar op een paar kiezen ( één bovenaan en één onderaan) duwde. Tevens liet dit bolletje niet toe een grondige inspectie te doen, daar men de achterste kiezen niet kon zien en zeer slecht kon palperen. Dit kwam omdat het paard konstant op het bolletje in zijn mond kauwde.

Chris Hannes werkt met een zogenaamde “Hausmann Gag”, een gebitspreider. Het apparaat wordt aangebracht zoals een halster. Het heeft twee metalen platen, waarop het paard zijn bovenste en onderste snijtanden gelijkmatig plaatst. Door de instelling van een te vergrendelen scharnier kan de mond van het paard optimaal geopend worden zodat de dierenarts de achterste tanden met de hand kan bereiken en op die manier de toestand ervan kan evalueren.

Verder zorgen een magnetische LED lamp die op de gebitsplaten kan worden aangebracht en een halogeen hoofdlamp voor een goede verlichting van de mondholte.

Ook de vroegere handvijlen behoren bij Dr Chris Hannes tot het verleden. Slechts in zeldzame gevallen worden deze nog gebruikt voor kleine correcties. „ In onze kliniek hebben wij geïnvesteerd in allerlei electrisch aangedreven vijlen. Op deze manier kunnen we precieser en sneller werken."

Geruststelling is een deel van het precisiewerk.

Bij de tandbehandeling is het verdoven van het paard een standaard bij Dr Chris Hannes. Het onderzoek en mogelijke behandeling is steeds een ongewone en beangstigende gebeurtenis voor het paard, en gaat dan nog gepaard met de nodige geluiden. Voor paard zowel als voor dierenarts is de behandeling veel rustiger als het paard door een lichte verdoving (werkingstijd van ongeveer 30 minuten) gerust gesteld is. Om tot precisiearbeid te komen moet het paard zich namelijk stilhouden en dan kan de behandeling vlot uitgevoerd worden. Hierbij komt nog dat bepaalde ingrepen zonder verdoving helemaal niet kunnen uitgevoerd worden.

„Het is voor ons een belangrijke taak om ervoor te zorgen dat de paardenbezitters het belang van een jaarlijks tandonderzoek voor hun paard ernstig nemen. We willen vooral comfort in de mond creëren. Zowel bij het rijden als bij het eten. Ik ben ervan overtuigd dat onze paarden en het niveau van de paardensport er een belangrijke stap voorwaarts door zal maken”, aldus Dr. Chris Hannes.

Artikel gepubliceerd in het duitse tijdschrift »Freizeit im Sattel«, oktober 2005
Freizeit im Sattel